Huismussen; Het Huismus biotoop op 13apr2012; Zet de Huismus op de kaart !

Update van inventarisatie van huismussen
“Zet de huismus op de kaart !”

We zijn in twee weken tijd al aan de 60 deelnemers.
Dat is al 10% van het aantal deelnemers dat het project “Meetnet Urbane Soorten” kent, dat al het 6e jaar in gaat ! Dat gaat onverwacht hard dus ! En dat is heel goed. Voor de huismussen en hun nesten, hun slaapplaatsen, hun schuilplaatsen, de locaties waar ze foerageren, en zo verder. Want als die bekend zijn, dan kunnen ze ook beschermd worden.

Natuurlijk zijn er vragen naar aanleiding van de opzet van de inventarisatie “Zet de huismus op de kaart” geweest. Vragen die gesteld zijn volgen hier onder.

= = = = =

1. Er is toch al een project M.U.S. van de SOVON,
waarom dan nog een “Zet de huismus op de kaart !” van Stichting Witte Mus ?

Antwoord:
In het kort.
“Meetnet Urbane Soorten” is een open onderzoek naar aantalsontwikkelingen van stadsvogels, met als doel het verkrijgen van een beeld van dit aantalsverloop. De resultaten ervan kunnen op verschillende manieren gebruikt worden.

Stichting Witte Mus gaat er van uit dat een notering van de Huismus op de Rode Lijst van beschermde Vogels het ultieme signaal is om aandacht voor de problemen van deze diersoort te vragen. Vanaf dat moment dient er zo gericht mogelijk gehandeld te worden om de soort te beschermen. Wetgeving, gedragscodes, soortenstandaard, mitigerende maatregelen; alles is al aanwezig. Er lijkt alleen nog een gat te zitten in de gegevens over verblijfplaatsen van huismussen.
Nest- en verblijfplaatsen zijn bij de wet wel beschermd, maar in praktijk blijken er nog regelmatig verblijfplaatsen van huismussen over het hoofd te worden gezien bij werkzaamheden, waardoor er nog altijd delen van biotopen voor huismussen verloren gaan, zonder enige compensatie.

“Zet de huismus op de kaart” is daarom een middel om de verblijfplaatsen van de huismus, dus ook de nesten en slaapplaatsen, te beschermen. En daarmee ook de huismus zelf.

Aanmelden voor “Zet de Huismus op de kaart !
Aanmelden voor “Meetnet Urbane Soorten”.

De gedetailleerde uitleg:
Het project MUS van de SOVON heeft wel een naam die doet vermoeden dat de huismus er de hoofdrol in heeft, maar MUS staat voor “Meetnet Urbane Soorten” en omvat 60 tot 120 soorten vogels, waaronder de huismus.
“Zet de huismus op de kaart” betreft uitsluitend de huismus.

2e verschil
“Meetnet Urbane Soorten” werkt met telpunten waarbij de tellers niet de eigenaren van de terreinen zijn.
“Zet de huismus” op de kaart vraagt de eigenaren op het eigen erf te kijken, de plek waar juist de huismussen meestal hun verblijfplaatsen hebben.

3e verschil
“Meetnet Urbane Soorten” telt de vogels en beoordeelt achteraf het biotoop, indien gewenst. Dat gebeurd aan de hand van digitale foto’s vanuit de ruimte. Deze zijn soms jaren oud, en beplanting is vaak niet herkenbaar. Voor “Meetnet Urbane Soorten” is dat geen probleem; het gaat om de aantallen vogels, niet om verblijfplaatsen.
“Zet de huismus op de kaart” inventariseert de verblijfplaatsen. Mettertijd is de bedoeling om tevens de kwaliteit ervan aan de hand van actuele beschrijvingen en foto’s van de deelnemers zelf te beoordelen.
Een verblijfplaats is een onderdeel van het biotoop. Een tuin of balkon kan 1 of meerdere verblijfplaatsen voor huismussen omvatten.
Het gaat bij “Zet de huismus op de kaart !” in hoofdzaak om de verblijfplaatsen. Omdat het de verblijfplaatsen zijn die beschermd moeten worden wil de huismus een kans hebben.

4e verschil
Het doel van “Meetnet Urbane Soorten” is het om een beeld te krijgen van de aantalsverlopen van de diverse soorten.
Het doel van “Zet de huismus op de kaart” is het om de verblijfplaatsen van de huismus te beschermen. Dit zijn de plaatsen die huismussen nodig hebben om te kunnen overleven. (Nesten, schuilplaatsen, veilige slaapplaatsen, etc.)
Die bescherming realiseren we door de huismus-verblijfplaatsen geregistreerd te krijgen zodat ze bij werkzaamheden niet meer per ongeluk vernietigd kunnen worden. De gegevens worden namelijk opgeslagen in de NDFF, waar werkvoorbereiders hun informatie vandaan krijgen wanneer zijn willen weten of de plek waar gewerkt moet worden, vrij is van verblijfplaatsen of niet. Als het niet zo is, en ze weten het op tijd, dan kunnen ze er hun maatregelen voor nemen.

En dan zijn er nog wat voor de vogels minder essentiƫle verschillen, die voor de deelnemers wel belangrijk kunnen zijn.

5e verschil
Voor “Meetnet Urbane Soorten” wordt er van je verwacht dat je 35 tot 75 soorten vogels aan hun verenkleed en aan hun geluiden kunt herkennen en onderling van elkaar kunnen onderscheiden.
Voor “Zet de huismus op de kaart !” moet je de huismus man en de huismus vrouw kunnen onderscheiden van de ringmus, de heggenmus, de spaanse mus man en het vrouwtje Vink.

6e verschil
Voor “Meetnet Urbane Soorten” is een vogelherkenningscursus te volgen. Deze kost tussen de 30 en 40 euro. Het is aan te raden deze te volgen, tenzij je zelf al meer dan genoeg ervaring hebt in het herkennen van vogels, vogelgedrag en vogelzang.
Voor “Zet de Huismus op de kaart” is een, gratis te downloaden, huismusHerkenningsKaart gemaakt. Dat is 1 A4-tje met 6 afbeeldingen en trefwoorden om de verschillen extra te duiden.
Geluiden hoef je niet te kennen als je kunt zien, want het gaat om de plaats waar de huismussen zitten, en die moet je kunnen zien om te weten of er huismussen in zitten. Kun je niet zien dan zijn de geluiden wel nuttig om te kennen.
Neem in dat geval contact op met Stichting Witte Mus.

7e verschil
Voor “Meetnet Urbane Soorten” is de bedoeling dat je een route wandelt, langs 8 tot 12 telpunten, die ieder minimaal 200 m uit elkaar liggen. Op ieder punt tel je 5 minuten.
Voor “Zet de huismus op de kaart” observeer je je eigen erf gedurende 10 minuten. Niet tellen. Alleen kijken of je huismussen ziet op je erf, dakterras, balkon of in je bloempot.
In een later stadium gaan we beschrijvingen en foto’s van de verblijfplaatsen toe voegen voor degenen die daar interesse in hebben. Anderen kunnen dat direct al doen.

8e verschil
“Meetnet Urbane Soorten” kent drie tellingen in voorjaar, drie in de zomer en drie in het najaar. Negen in totaal dus. De winter wordt niet mee genomen.
“Zet de huismus op de kaart” kent drie observatie rondes; 1x in april, 1x in augustus en 1x in december.
Door de december-observatie worden de winter-verblijfplaatsen bekend. Ook de plaatsen waar de juvenielen vermoedelijk in eerste instantie heen gaan wanneer ze “te veel” zijn geworden voor hun oorspronkelijke kolonie, worden mogelijk bekend (de augustus observatie). Tevens kan een indicatie worden verkregen of de “invasie” van juvenielen in het voorgaande najaar in nieuw biotoop blijvend is of niet.

9e verschil
“Meetnet Urbane Soorten” begrenst de waarneming niet met een maximale waarneemafstand of telcirkel.
“Zet de huismus op de kaart !” begrenst de waarneming tot de eigen postcode + huisnummer.

10e verschil
De tellingen voor “Meetnet Urbane Soorten” zijn gedefinieerd door de 4 cijfers van een postcode-gebied. Daarvan zijn er ongeveer 4000 in Nederland.
De inventarisatie voor “Zet de huismus op de kaart !” bestrijkt de eigen postcode-van-6-posities en het eigen huisnummer. Daarvan zijn er ongeveer 7 miljoen in Nederland. Daardoor kunnen verblijfplaatsen gemiddeld 1750x nauwkeuriger worden aangewezen dan in het Meetnet. Voor bebouwd gebied zal dat rond de 300 vierkante meter zijn, of (veel) minder.

In het kort:
“Meetnet Urbane Soorten” is een open onderzoek naar trends in aantallen stadsvogels.
“Zet de huismus op de kaart” is een middel om de verblijfplaatsen van de huismus, dus ook de nesten en slaapplaatsen, te beschermen. En daarmee ook de huismus zelf.

Aanmelden voor “Zet de Huismus op de kaart !
Aanmelden voor “Meetnet Urbane Soorten”.

  del.icio.us this!

No Response so far »

Comment RSS · TrackBack URI

Say your words

You must be logged in to post a comment.