Archive for Toobie

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 05 juni 2016 -deel 05-

Er kwamen de afgelopen week opeens toch steeds meer jonge mussen. Na lang wachten. Als ik dan ff in huis bezig was geweest en al het jonge grut op de voerplaats hoorde, dan ging ik wel eens stil naar het minimusMuseumpje en hield me daar half verborgen achter een kast om te kijken naar al dat leven daar. En dan kwam Toobie altijd op mijn schouder zitten.
“Kom maar kijken, Toep. Leuk he?”

Op de 1e juni vloog hij van mijn schouder door naar de tak voor het raam. Om de zaak eens van wat dichterbij te bekijken.
Meteen kwamen er drie van de grutjes bedelend naar Toobie. (Ze herkennen dus hun vader niet zo maar in eens.)
“Zie je dat, Toobie? Ze denken dat jij hun papa bent. Wat vind je daar nou van? Zou je dat ook wel willen? Zullen we straks weer eens naar buiten gaan dan? Jouw laten zien hoe het buiten is. Dan blijf ik er bij. Als je dan bang wordt kun je gewoon naar mij toe komen. Ik doe alle griezels wel weg voor je. Kan jij rustig kijken wat er buiten allemaal is. Zullen we dat doen, Toobie?”

En we hebben het die dag inderdaad gedaan samen.
Niet voor het eerst, gelukkig.
Maar wel voor het laatst.

No comment »

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 04 juni 2016 -deel 04-

Na de voersilo’s voor de mussenvoerplaats was het dan tijd voor de vier witte eenden. Dan ging de emmer gemengd zaad open om er een schep uit te nemen. Daar zat van alles in en ik voegde er nog witzaad en paddy aan toe.
Toobie was daar altijd ook met zijn neusje bij, op de voorste rij.

Had ik de schep gemengd zaad genomen dan sprong Toobie de emmer in. Dat was soms wel 50cm diep. In een koker. Waar je dus als huismus in wezen gevangen zit omdat er maar 1 uitweg is die makkelijk door mij afgesloten kan worden.
Maar Toobie was helemaal niet bang als ik boven het gat verscheen, waar Toobie in de diepte tussen de gemengde zaden zat te scharrelen.
Hij keek wel even op, maar ging dan weer lekker verder.

Hij zocht daar altijd de hennep-zaden in. Die zaten niet bij zijn eigen voersilo, maar wel in het eendenvoer.

Op 1 juni was er via notulen wat geharrewar ontstaan binnen Stroomversnelling over de verblijfplaatsen voor huismussen. Wat best veel tijd in beslag nam om dat netjes aan te kaarten en op te proberen te lossen.

Voor Toobie duurde dat natuurlijk eindeloos. Dus daar had het schatje het volgende op gevonden. Hij zocht een hennep-zaadje uit, want die waren waanzinnig lekker volgens hem, en bracht die naar mij toe. Hij landt op mijn toetsenbord, en legt het hennep-zaadje op de touchpad neer. Dan kijkt ie me aan, neemt een sprongetje de lucht in, slaat zijn vleugeltjes uit, roept heel hard pieieiep, bijna als een strijdkreet, en gaat frrrpfrrrpfrrrp naar zijn pannennest.
Waar het tingtingtingtingting onmiddelijk weer klinkt.

“Och Toobie ! Liefje toch! Ja joh, je hebt gelijkt, dit slaat weer helemaal nergens op, ik kom, lieve schat.” Roep ik naar hem.

En weg ben ik bij de computer en bij het moeilijke, moeizame gedoe dat er soms door knierterig verstrekken van informatie kan ontstaan.
Op naar Toobie. Die mijn aandacht nodig heeft. En de rest moet maar wachten.

Ik kwam het hennep-zaadje in de loop van de dag van 2 juni weer tegen. Ik heb er goed op gelet waar het bleef. En gisteren heb ik het ingepakt. Als kadootje van Toobie aan mij. Op de dag waarop hij ‘s nachts verongelukte.

= = =

Vandaag (5juni) zie ik een rommeltje op een van de gele schaaltjes liggen. Ik pak het op. En het is een half opgepeuzeld hennep-zaadje. Een van Toobies lievelings-zaden.
Open gebroken, voor de helft leeg gegeten en weer laten vallen. Achter gelaten. Waarschijnlijk had het te lang bewaard gezeten en was het bedorven. (Nee, Toobie zou MIJ nooit een bedorven ding brengen. Nooit. Althans niet met opzet. Never.)

Zo heeft Toobie zijn sporen na gelaten. Door het hele huis. En in mijn hart. En in de harten van nog veel meer mensen. Zo blijkt uit alle berichten die me bereiken, over Toobie.

No comment »

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 04 juni 2016 -Toobie deel 03-

‘s Morgens om even voor 06:00 uur ging er altijd automatisch een lamp aan in de kamer waar ik sliep. Dan werd Toobie vaak al wakker. Dan hoorde ik frrrpfrrrpfrrrrp. En dan zat Toobie opeens vlak bij me. Soms op het hoofdeinde, soms op mijn deken. Dan groette ik hem, en hij mij op zijn manier -door er te zijn, denk ik-. En dan poetste Toobie zich een beetje.
Vervolgens ging hij op het randje zitten van het kantelbare tafeltje naast me. Daar poetste hij dan weer wat, ik kletste zachtjes tegen hem, hij deed zijn koppie weer tussen zijn veertjes (altijd rechter vleugel) en we deden nog een kort dutje zo samen, naast elkaar.

Soms ook kwam Toobie frrpfrrrpfrrrp meteen naar het kantelbare tafeltje. Dan groetten we elkaar, en deed ie daar eerst zijn ochtend poep.

(Want hij was nu eenmaal niet zindelijk. Maar de Toobie-poep zit altijd keurig in een zakje. Het wordt nooit een flats zoals meeuwen, reigers en spreeuwen doen. En ook geen heelErgPlakkerig ding zoals van duiven. Als je het met rust laat droogt het in en kun je het in eens weg vegen. Haal je je vinger er overheen dan komt het hele rolletje poep in de vorm van een hagelslagje aan je vinger hangen en spoel je het zo weg. Vies voor veel mensen waarschijnlijk, maar ik heb geen moeite met dat deel van leven en stofwisseling. En ik ben ook nooit ziek. Dus goede weerstand opgebouwd. 😉 )

Daarna poetste Toobie zich dan en een keer kwam hij daarna op mijn deken zitten en schoof tegen mijn benen aan om daar nog zijn kleine extra dutje te doen. Dat was vlak na zijn ongeluk op 24 mei. (Zie facebook https://www.facebook.com/Stichting-Witte-Mus-Huismusbescherming-1481095822175045/)

No comment »

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 03 juni 2016 -Toobie deel 02-

En als ik dan de deur uit moest voor inventarisaties, besprekingen of cursus …. dan werd hij woedend.

Hij zag het aan me dat het ging gebeuren, omdat ik dan mijn ogen ging opmaken. Dat verschil was voor hem heel goed te zien. En dan werd ie woest.
Dan werd ik aangevallen, en gebeten en gepikt in mijn handen, en aan mijn haren trekken ging dan niet meer van “ga je met me mee?” maar zo van “Ik ZAL je gvd! Hoe durf je!”
En dan hadden mijn miniliefje en ik serieus mot.

Dan legde ik hem uit “Toepie, ik weet dat het waardeloos is dat ik weg ga, maar ik ben met een paar uur terug. Ik blijf niet weg. En er zijn een heleboel van je familieleden die ik dan help. Ik moet kiezen, Toepie, OF bij jou blijven OF een heleboel familie van je redden… En je bent veilig hier, liefje, niemand kan er bij je. Ook de sperwer niet. Echt, ik ben met een paar uur terug..”

En Toobie fladderde dan om me heen, wilde op mijn schouder, wilde in mijn haar, wilde van alles en nog wat en was nauwelijks tot bedaren te brengen ..

Maar dan moest ik toch gaan. Liefst zonder vertraging op te lopen, maar ja, zo’n ukkepukkie dat er de grootste moeite heeft dat je weg gaat… hij bleef me dan achtervolgen en op mijn kop zitten, letterlijk hoor, op mijn hoofd ging hij dan zitten, terwijl ik de gang in wilde gaan.
“Nee, Toepie. Nee. Je mag nu even niet meer met me mee die deur door” … Jawel … de bewuste deur is dat … Die later opeens toch fataal werd ….

En dan was ik uiteindelijk in de gang, met m’n spullen. Nog even door de deur roepen “Dag Toepie! Tot zo, liefje!”
Buitendeur open.
En wat hoor je daar?
Tiktiktiktiktik ! Tiktiktiktik!
Zit ie voor het raam, binnen, naar me te kijken en tegen het raam te hakken. Alsof ie er doorheen probeert te komen.

Dat waren soms wel nare momenten.
Maar als ik dan weer thuis was ..
En nadat ik het eerst had goedgemaakt met Toep …
Dan kroop die op mijn schouder helemaal tegen mijn nek aan. Altijd links. En dan ging hij daar eens lekker warm bij mij zitten. Beetje veren poetsen, beetje aan mijn haren plukken, en een tutje doen.
En ik genoot. En deed heel zachtjes mijn hoofd een beetje schuin naar links, net zo ver dat mijn wang zijn schoudertje raakte. Want eigenlijk mocht je hem niet aanraken. Maar zo heel voorzichtig en op zo’n speciaal moment, dan mocht dat van Toobie wel. Heel even.
Dat waren de meest kostbare momenten. Dat Toobie zijn grens opschoof. Voor mij.

Als dat voorbij was, na misschien een halve minuut, dan probeerde ik hem een kusje te geven. Maar dat mocht echt niet. Dan schoof hij een klein stukje op, op mijn schouder, om te laten zien dat ie dat niet wilde.
Dan maar kusjes in de lucht geven. Hele kleintjes. Dat leek op het zachtjes tikkende geluid dat hij met zijn snavelkaakjes kon maken. Die tikte hij dan op elkaar. Beetje als klepperen van een ooievaar, maar dan veel zachter. Dat leek -voor Toobie- bij een soort van intimiteit te horen. En dat deed ik dan een beetje na. Zo goed als het ging.
Dan deed Toobie dat ook.
En zo zaten we dan even een beetje tegen elkaar aan te snoezelen en kusjes te geven op de huismus manier.

Het piepkleine schatje dat soms een heel serieus minidraakje kon worden. <3

No comment »

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 03 juni 2016 – Toobie deel 01 –

.. en als ik dan toe was aan mijn eigen ontbijt, dan stond Toobie daar vol ongeduld bij te fladderen en te springen totdat ik hem ruimte gaf -door mijn handen wat weg te houden- om de boterham met niks aan te vallen.
Intussen pakte ik dan een plak Cheddar (kaas), goed oplettend dat ik over Toobies koppetje genoeg ruimte liet om hem rustig door te laten eten.

Legde ik de plak op de boterham, dan stond Toobie daar bij te trappelen om aan te vallen. Maar dat deed hij telkens pas als ik toestemming gaf. Door de boterham met Cheddar een beetje in zijn richting te schuiven en te zeggen “Toe maar, Toepie. Pak maar. Mag je best van eten van mij.”
En dan nam hij vier of vijf “puntjes” -hapjes in de vorm van zijn snavel, dus puntjes- en dan nam ik de boterham op en vouwde hem dubbel.

Toobie vloog dan altijd op mijn schouder. Ik nam een hap van de boterham met Cheddar, en bood hem dan vervolgens weer aan Toobie aan. Eerst de ene kant, het brood, en dan de andere kant, de Leister.

Op zeker moment, na een stuk of 6 hapjes, had hij daar dan genoeg van en vloog naar zijn pannenNest toe. Daar ging hij naar zijn spiegelbeeld staan pikken alsof daar een concurrent van hem was. Tingtingting zei de pan dan. En Toobie maakte dreig-geluiden, had zijn nekveren opgezet en bonsde en stuiterde over de spiegelende pannendeksel.
Net zolang totdat ik aandacht aan hem besteedde. Wat nooit langer dan 10 seconden wachten voor hem was.

Dan begon hij zijn balts voor mij. En deed ik met hem mee, met mijn linkerhand die de rol van huismus moest vervullen, want in mijn geheel was ik veel te groot. Ik deed dan hem na, dus met een zo hoog mogelijke stem pieppieppieppieppieppieppieppiep. En dan met een nagel tegen de zijkant van de spiegelende pan tikken. Tingtingtingting. Na enig heen-en-weren op deze manier ging Toobie dan het nest in en viel daar stil. Tingtingtingtingting, deed ik dan.
Pieppieppieppieppiep, deed Toobie dan uit het nest, alsof hij een kleintje was. Dan kwam Toobs weer tevoorschijn en ging op 20cm afstand van de nestingang staan wachten. Ik moest er dan in gaan. Om te kijken of ik het een goed nest vond om samen wat te beginnen. Ondanks dat ik hem al wel honderd keer had uitgelegd dat ik te groot ben. Dat kwam niet bij hem aan. Dus ik werd telkens weer uitgenodigd door Toobes.

Bij het nest kon ik niet zonder trap komen.
En Toob was bang voor de trap.
Dus de linkerhand is nooit mee gegaan zijn nestje in om zijn werkjes te bewonderen.

Nu hij gestorven is kan ik gaan kijken.
Maar ik zit met een probleem.
En dat heet “te veel verdriet”.

No comment »

Huismussenblog; Het Huismus habitat op 02 juni 2016 -deel 00-

No comment »